keeshond websiteHeupdysplasie of HD komt meestal voor bij grotere honden. In ons fokreglement is het onderzoek van de heupen voor de grote keeshonden verplicht gesteld.
De heupkom en de dijbeenkop zijn aan elkaar vastgehecht door een band van bindweefsel. Bij heupdysplasie  is dit bindweefsel slap.  Daardoor is er teveel beweeglijkheid van de dijbeenkop ten opzichte van de heupkom en zal de dijbeenkop meermaals per dag uit de heupkom glijden en aldus ontwrichten. Hierdoor zal op temijn de dijbeenkop gaan afvlakken. In plaats van zijn normale perfecte ronde vorm krijgt hij een wat afgevlakte platte vorm die op een röntgenfoto goed waarneembaar is.

Doordat de heupkom niet meer perfect gevuld wordt zal deze minder diep worden. Hier zal de dijbeenkop nog minder goed in passen en dus nog meer ontwrichten. Op die manier is er een kringloop aan de gang die de heupdysplasie progressief erger maakt. Deze vervroegde slijtage in het heupgewricht leidt op de duur tot artrose. Deze kan extreme vormen aannemen en bij oude honden tot ontzettende pijnlijkheid leiden. Bij  jonge honden echter is er nog geen echte artrose aanwezig. Deze jonge honden hebben pijn omdat de dijbeenkop ontwricht. Op die manier ontstaan er microscopisch kleine breukjes op de rand van de heupkom en deze zijn zeer pijnlijk.

hd01

Het onstaan van HD heeft 3 oorzaken:

Erfelijkheid, voeding en beweging.

De erfelijke aanleg kan verkleind worden door alleen met gezonde honden te fokken, vandaar dat er in het fokreglement hierover regels zijn opgenomen. Helaas, ook 2 gezonden ouders kunnen een nakomeling krijgen met HD, want HD vererft zeer complex.

De voeding is ook van belang. Pups moeten langzaam en gelijkmatig opgroeien.  Een pup mag niet dik zijn en mag niet teveel eten krijgen, liever een beetje te mager dan een beetje te mollig. Preparaten, speciaal de calciumpreparaten, mogen niet gegeven worden. Voer met de ogen, d.w.z. kijk naar uw hond, en voel aan de ribben, die mogen duidelijk gevoeld worden. Wat op het voerpak staat als te geven hoeveelheid is  altijd te veel!

Een pup en jonge hond mag alleen matig bewegen. Een wandeling mag zó lang duren: 5 minuten maal de leeftijd van de hond in maanden, dus een hond van 6 maanden mag 5 x 6 is 30 minuten mee uit wandelen genomen worden, dit mag wel meerdere keren per dag. Springen, behendigheid, traplopen, naast de fiets lopen mag pas als de hond 1,5 jaar oud is omdat deze bewegingen erg belastend zijn voor de gewrichten. Een jonge hond die erg onstuimig is en graag en veel rent en vliegt mag best enkele uren per dag tot rust gebracht worden, bijvoorbeeld in een bench.

 

 

 

error: Content is protected !!